Wat is het verschil tussen wolsoorten, welke kriebelen en wat is ‘mulesing’?
Zodra de dagen kouder worden, grijpen veel mensen het liefst naar een warme, wollen trui. Maar wol is niet zomaar wol. De ene trui voelt heerlijk zacht aan, terwijl de andere meteen kriebelt. Sommige blijven jarenlang mooi, andere pillen al na een paar keer dragen. En dan is er nog de vraag naar dierenwelzijn: wat betekent ‘mulesing’ eigenlijk? Ik zet de meest voorkomende wolsoorten voor je op een rij, inclusief mijn wasadvies.
Wol is niet altijd wol
Veel mensen denken dat wol altijd van schapen komt, maar dat klopt niet. Wol kan ook afkomstig zijn van geiten, konijnen en zelfs runderen. In de basis gaat het om geschoren vacht waarvan vezels worden gesponnen tot garen.
Welke wol je prettig vindt, is heel persoonlijk. Waar de één niets voelt, krijgt de ander meteen jeuk. Ook uitstraling speelt mee: ik snap heel goed dat sommige mensen houden van een iets stuggere wol, terwijl anderen juist die zachte luxe zoeken.
Goed om te weten: veel wollen kleding is geen 100% wol. Wol wordt vaak gemengd met katoen, zijde of synthetische vezels. Dat gebeurt om de stof betaalbaarder te maken, meer stretch te geven of slijtage te verminderen. Dat heeft altijd invloed op hoe een item aanvoelt en draagt.
Hieronder leg ik de meest voorkomende pure wolsoorten uit en wat je ervan kunt verwachten.
Schapenwol
Schapenwol is de bekendste wolsoort. Schapen worden meestal één keer per jaar geschoren, vaak in het voorjaar. Hoe beter het schaap wordt verzorgd, hoe mooier de wol.
De vezels van schapenwol hebben een geschubde structuur. Dat maakt de wol sterk en warm, maar soms ook wat ruw. Daarom kan schapenwol kriebelen. Rond de vezels zit lanoline (wolvet), een natuurlijke beschermlaag die water- en vuilafstotend werkt en zorgt voor warmte. Zelf vind ik dat een groot voordeel, maar ik weet ook dat sommige mensen gevoelig zijn voor lanoline en daarom liever een andere wolsoort kiezen.
Kasjmier
Kasjmier komt van de ondervacht van kasjmiergeiten uit het Himalayagebied. Deze vezels zijn extreem fijn en zacht. Ik vergelijk het altijd met babyhaartjes: licht, soepel en heerlijk warm.
Kasjmier is wel kwetsbaar. Een trui van 100% kasjmier kan snel pillen. Daarom zie je vaak blends, bijvoorbeeld met merinowol of synthetische vezels. Dat maakt het materiaal sterker en betaalbaarder, maar soms ook minder ademend.
Merinowol
Merinowol is populair, en dat snap ik heel goed. De vezels zijn zo fijn dat de wol nauwelijks kriebelt. Je kunt merinowol direct op de huid dragen en het ademt goed: warm zonder zweterig te worden. Daardoor is het geschikt voor zowel dunne als dikke knitwear.
Merinowol komt van merinoschapen, die vooral worden gehouden in Australië en Nieuw-Zeeland. En daar zit ook meteen een keerzijde aan, in de vorm van mulesing.
Wat is mulesing?
Door het fokken hebben merinoschapen extra huidplooien gekregen. In die plooien kunnen vliegen eitjes leggen, wat leidt tot ernstige infecties (flystrike). Om dat te voorkomen snijden sommige boeren stukken huid weg rond het achterste van het schaap: mulesing.
Hoewel dit infecties voorkomt, is de ingreep pijnlijk en omstreden. Steeds meer boeren stappen gelukkig over op alternatieven, zoals intensievere verzorging en vaker scheren. Wol van deze boerderijen wordt vaak aangeduid met ‘no mulesing’ of gecertificeerd via keurmerken zoals de Responsible Wool Standard (RWS). Toch blijft het lastig om in de kledingketen volledige zekerheid te krijgen.
Alpacawol
Alpacawol is wat mij betreft een van de fijnste wolsoorten die er zijn. Alpaca’s leven hoog in de Andes en hebben een vacht die extreem goed isoleert. De wol is warm, licht en net zo zacht als merinowol.
Wat ik er extra prettig aan vind: alpacawol kriebelt niet en bevat geen lanoline. Daardoor is het ook geschikt voor mensen met een wolallergie. Bovendien worden alpaca’s diervriendelijk gehouden en hebben ze een relatief lage ecologische voetafdruk. Het enige nadeel is dat alpacawol zeldzaam is en daardoor vaak wat duurder.
Mohair
Mohair komt van angorageiten en herken je aan de glans en het zijdeachtige karakter. Het wordt veel gebruikt in knitwear en accessoires, en vaak gecombineerd met zijde voor een luxe uitstraling.
Angorawol
Angorawol komt van angorakonijnen. Hoe zacht de wol ook is, de manier waarop deze vaak wordt geproduceerd vind ik problematisch. Door ernstige misstanden wordt angorawol sinds 2013 sterk bekritiseerd en door veel merken niet meer gebruikt. Zelf kies ik hier bewust niet voor.
Wol wassen: zo doe ik dat
Ik kijk altijd eerst naar het waslabel van een kledingstuk. Wolsoorten van schapen, zoals schapenwol en merinowol, bevatten lanoline. Dat beschermt de vezels, maar kan door verkeerd wassen verdwijnen.
Mijn wasadvies:
- Was wol koud of lauw met een speciaal wolwasmiddel
- Gebruik geen wasverzachter
- Stop wol nooit in de droger
- Laat liggend drogen
En misschien wel mijn belangrijkste tip: wol hoeft vaak helemaal niet gewassen te worden. Even uithangen of een vlek plaatselijk reinigen is meestal voldoende. Dat is beter voor je trui én zorgt ervoor dat hij langer mooi blijft.
Wat ik ook altijd vermijd: wol wassen als het buiten vriest. Het ijskoude water dat dan in leidingen en machines zit, kan ervoor zorgen dat de wol als het ware ‘schrikt’. De vezels trekken samen en daardoor kan de wol hard, stug of vervilt aanvoelen. Wacht liever tot het niet meer vriest.